Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    deschaal

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een meetverdeling of systeem waarmee grootten, waarden of intensiteiten worden uitgedrukt

    Voorbeeldzinnen met het woord schaal

    • "Op de schaal van Richter heeft de aardbeving een kracht van 6,2."
    • "De pijn werd beoordeeld op een schaal van 1 tot 10 door de verpleegkundige."

    Synoniemen van schaal

    Idiomen

    • • Op grote schaal
    • • Op kleine schaal
    2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een toestel met een weegplateau om het gewicht van objecten te bepalen

    Voorbeeldzinnen met het woord schaal

    • "Ze legde de appel op de schaal en zag dat hij precies 150 gram woog."
    • "De postbode gebruikte een digitale schaal om de zending te wegen."

    Synoniemen van schaal

    Idiomen

    • • Op grote schaal
    • • Op kleine schaal
    3zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een brede, ondiepe schijf of kom om eten in te serveren of te bewaren

    Voorbeeldzinnen met het woord schaal

    • "Ze zette een grote schaal met salade in het midden van de tafel."
    • "De fruitschaal stond altijd gevuld met appels, sinaasappels en bananen."

    Synoniemen van schaal

    Idiomen

    • • Op grote schaal
    • • Op kleine schaal

    Veelgestelde vragen over schaal

    Wat betekent schaal?
    een meetverdeling of systeem waarmee grootten, waarden of intensiteiten worden uitgedrukt
    Op welk taalniveau hoort schaal?
    Het woord schaal hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van schaal?
    Synoniemen van schaal zijn: meetschaal, scoringsschaal.
    Is schaal een de-woord of het-woord?
    Schaal is een de-woord: de schaal.

    Delen

    Bladeren op letter