Was dit nuttig?
samenkomen
werkwoord | Taalniveau: B1
met anderen bijeenkomen op een plek
Voorbeeldzinnen met het woord samenkomen
- "De familie komt elk jaar samen met Kerst."
- "We kwamen samen om het jubileum te vieren."
Idiomen
- • de neuzen dezelfde kant op
Vervoeging van samenkomen
| Ik (nu) | ik kom samen |
| Hij/zij (nu) | hij/zij komt samen |
| Wij (nu) | wij komen samen |
| Verleden tijd | kwam samen |
| Voltooid deelw. | samengekomen |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over samenkomen
- Wat betekent samenkomen?
- met anderen bijeenkomen op een plek
- Op welk taalniveau hoort samenkomen?
- Het woord samenkomen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je samenkomen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je samenkomen als volgt: ik ik kom samen, hij/zij hij/zij komt samen, wij wij komen samen.
- Wat is de verleden tijd van samenkomen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van samenkomen is: kwam samen.
- Wat is het voltooid deelwoord van samenkomen?
- Het voltooid deelwoord van samenkomen is: samengekomen.
- Gebruik je hebben of zijn bij samenkomen?
- Bij samenkomen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij samenkomen
blaffen
werkwoord
vuurwerk afsteken
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt