Was dit nuttig?
derivaal
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
persoon of partij die in directe concurrentie staat met een ander en om hetzelfde doel strijdt
Voorbeeldzinnen met het woord rivaal
- "Zijn grootste rivaal op het schaaktoernooi was een grootmeester uit Rusland."
- "De twee merken zijn al decennialang elkaars rivaal op de smartphone-markt."
Synoniemen van rivaal
Veelgestelde vragen over rivaal
- Wat betekent rivaal?
- persoon of partij die in directe concurrentie staat met een ander en om hetzelfde doel strijdt
- Op welk taalniveau hoort rivaal?
- Het woord rivaal hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van rivaal?
- Synoniemen van rivaal zijn: concurrent, tegenstander.
- Is rivaal een de-woord of het-woord?
- Rivaal is een de-woord: de rivaal.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij rivaal
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
dedreun
zelfstandig naamwoord
een harde, zware klap of een eentonig, bonkend geluid
hettijdstip
zelfstandig naamwoord
een bepaald moment op de dag
dedwerg
zelfstandig naamwoord
een buitengewoon klein menselijk wezen; ook: een fantasiewez…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje