Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hetreisplan

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    geplande route voor een reis

    Voorbeeldzinnen met het woord reisplan

    • "Ze maakte een gedetailleerd reisplan voor de vakantie."
    • "Het reisplan omvatte drie landen in twee weken."

    Synoniemen van reisplan

    Veelgestelde vragen over reisplan

    Wat betekent reisplan?
    geplande route voor een reis
    Op welk taalniveau hoort reisplan?
    Het woord reisplan hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van reisplan?
    Synoniemen van reisplan zijn: reisroute, routeplan.
    Is reisplan een de-woord of het-woord?
    Reisplan is een het-woord: het reisplan.

    Delen

    Bladeren op letter