Was dit nuttig?
hetreisplan
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
geplande route voor een reis
Voorbeeldzinnen met het woord reisplan
- "Ze maakte een gedetailleerd reisplan voor de vakantie."
- "Het reisplan omvatte drie landen in twee weken."
Veelgestelde vragen over reisplan
- Wat betekent reisplan?
- geplande route voor een reis
- Op welk taalniveau hoort reisplan?
- Het woord reisplan hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van reisplan?
- Synoniemen van reisplan zijn: reisroute, routeplan.
- Is reisplan een de-woord of het-woord?
- Reisplan is een het-woord: het reisplan.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij reisplan
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje