Was dit nuttig?
presenteren
werkwoord | Taalniveau: B1
een onderwerp mondeling toelichten aan een publiek
Voorbeeldzinnen met het woord presenteren
- "Ze presenteert haar onderzoek aan de klas."
- "Hij presenteert zijn werkstuk met dia's."
Synoniemen van presenteren
Idiomen
- • de rekening presenteren
Vervoeging van presenteren
| Ik (nu) | presenteer |
| Hij/zij (nu) | presenteert |
| Wij (nu) | presenteren |
| Verleden tijd | presenteerde |
| Voltooid deelw. | gepresenteerd |
| Hulpwerkwoord | heeft |
Veelgestelde vragen over presenteren
- Wat betekent presenteren?
- een onderwerp mondeling toelichten aan een publiek
- Op welk taalniveau hoort presenteren?
- Het woord presenteren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van presenteren?
- Synoniemen van presenteren zijn: voordragen, uitleggen.
- Hoe vervoeg je presenteren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je presenteren als volgt: ik presenteer, hij/zij presenteert, wij presenteren.
- Wat is de verleden tijd van presenteren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van presenteren is: presenteerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van presenteren?
- Het voltooid deelwoord van presenteren is: gepresenteerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij presenteren?
- Bij presenteren gebruik je het hulpwerkwoord "heeft".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij presenteren
detekst
zelfstandig naamwoord
een reeks geschreven of gesproken woorden met een boodschap
devraag
zelfstandig naamwoord
een zin of uiting waarmee je om informatie vraagt
devrijstelling
zelfstandig naamwoord
ontheffing van de plicht om een les of vak te volgen
deaandacht
zelfstandig naamwoord
de geestelijke aanwezigheid en focus op iets
hetomega
zelfstandig naamwoord
de laatste letter van het Griekse alfabet; symbool voor het …
kritisch
bijvoeglijk naamwoord
met een analyserende en vragende houding
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje