Was dit nuttig?
pogen
werkwoord | Taalniveau: B2
proberen iets te doen of bereiken, ondanks mogelijke moeilijkheden; trachten
Voorbeeldzinnen met het woord pogen
- "Ze poogde de vergadering te redden maar de discussie liep volledig uit de hand."
- "Hij poogde al maanden afstand te doen van sociale media, maar slaagde er niet in."
Idiomen
- • Pogen het onmogelijke te bereiken
- • Zijn uiterste best doen
Vervoeging van pogen
| Ik (nu) | ik poog |
| Hij/zij (nu) | hij poogt |
| Wij (nu) | wij pogen |
| Verleden tijd | poogde |
| Voltooid deelw. | gepoogd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over pogen
- Wat betekent pogen?
- proberen iets te doen of bereiken, ondanks mogelijke moeilijkheden; trachten
- Op welk taalniveau hoort pogen?
- Het woord pogen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je pogen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je pogen als volgt: ik ik poog, hij/zij hij poogt, wij wij pogen.
- Wat is de verleden tijd van pogen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van pogen is: poogde.
- Wat is het voltooid deelwoord van pogen?
- Het voltooid deelwoord van pogen is: gepoogd.
- Gebruik je hebben of zijn bij pogen?
- Bij pogen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij pogen
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders