Was dit nuttig?
dePaaszondag
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
De zondag waarop Pasen valt; de dag waarop de opstanding van Jezus Christus wordt gevierd
Voorbeeldzinnen met het woord Paaszondag
- "Op Paaszondag gaan veel mensen naar de kerk."
- "Paaszondag is altijd de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente."
- "We eten samen op Paaszondag."
Synoniemen van Paaszondag
Veelgestelde vragen over Paaszondag
- Wat betekent Paaszondag?
- De zondag waarop Pasen valt; de dag waarop de opstanding van Jezus Christus wordt gevierd
- Op welk taalniveau hoort Paaszondag?
- Het woord Paaszondag hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van Paaszondag?
- Synoniemen van Paaszondag zijn: Eerste Paasdag.
- Is Paaszondag een de-woord of het-woord?
- Paaszondag is een de-woord: de Paaszondag.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij Paaszondag
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
dekerstpudding
zelfstandig naamwoord
traditioneel Brits dessert met kerst
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt