Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dePaaszondag

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    De zondag waarop Pasen valt; de dag waarop de opstanding van Jezus Christus wordt gevierd

    Voorbeeldzinnen met het woord Paaszondag

    • "Op Paaszondag gaan veel mensen naar de kerk."
    • "Paaszondag is altijd de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente."
    • "We eten samen op Paaszondag."

    Synoniemen van Paaszondag

    Veelgestelde vragen over Paaszondag

    Wat betekent Paaszondag?
    De zondag waarop Pasen valt; de dag waarop de opstanding van Jezus Christus wordt gevierd
    Op welk taalniveau hoort Paaszondag?
    Het woord Paaszondag hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van Paaszondag?
    Synoniemen van Paaszondag zijn: Eerste Paasdag.
    Is Paaszondag een de-woord of het-woord?
    Paaszondag is een de-woord: de Paaszondag.

    Delen

    Bladeren op letter