Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hetoverschot

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1 | Verkleinwoord: het het overschotje

    datgene wat overblijft als de uitgaven kleiner zijn dan de inkomsten of het aanbod groter dan de vraag

    Voorbeeldzinnen met het woord overschot

    • "De gemeente sloot het jaar af met een fors overschot op de begroting."
    • "Het overschot aan oogst werd doorverkocht aan een internationale handelaar."
    • "Een structureel overschot kan een land in staat stellen schulden af te lossen."
    • "In het magazijn lag een overschot aan winterjassen na een warm seizoen."
    • "De vereniging besloot het overschot van de inzameling te schenken aan een goed doel."

    Synoniemen van overschot

    Idiomen

    • • een overschot hebben aan iets (meer hebben dan strikt nodig is)
    • • aan een overschot werken (zorgen dat er iets overblijft op de balans)

    Waar komt het woord overschot vandaan?

    Overschot is een Nederlandse samenstelling van over (uit het Oudgermaanse uber, voorbij of meer dan) en schot, een afgeleide van schieten in de oude betekenis van te voorschijn komen of resteren. Het woord is sinds de Middelnederlandse periode gangbaar in handels- en boekhoudkundige context. Het Engelse equivalent is surplus, ook gebruikt in technisch Nederlands.

    Veelgestelde vragen over overschot

    Wat betekent overschot?
    datgene wat overblijft als de uitgaven kleiner zijn dan de inkomsten of het aanbod groter dan de vraag
    Op welk taalniveau hoort overschot?
    Het woord overschot hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van overschot?
    Synoniemen van overschot zijn: surplus, restant.
    Is overschot een de-woord of het-woord?
    Overschot is een het-woord: het overschot.
    Wat is het verkleinwoord van overschot?
    Het verkleinwoord van overschot is: het het overschotje.

    Delen

    Bladeren op letter