Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    overleggen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    samen bespreken en nadenken over een probleem

    Voorbeeldzinnen met het woord overleggen

    • "We overleggen elke week over de voortgang."
    • "Hij overlegde met zijn team over de strategie."

    Idiomen

    • • de neuzen dezelfde kant op krijgen

    Vervoeging van overleggen

    Ik (nu) overleg
    Hij/zij (nu) overlegt
    Wij (nu) overleggen
    Verleden tijd overlegde
    Voltooid deelw. overlegd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over overleggen

    Wat betekent overleggen?
    samen bespreken en nadenken over een probleem
    Op welk taalniveau hoort overleggen?
    Het woord overleggen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je overleggen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je overleggen als volgt: ik overleg, hij/zij overlegt, wij overleggen.
    Wat is de verleden tijd van overleggen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van overleggen is: overlegde.
    Wat is het voltooid deelwoord van overleggen?
    Het voltooid deelwoord van overleggen is: overlegd.
    Gebruik je hebben of zijn bij overleggen?
    Bij overleggen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter