Was dit nuttig?
offeren
werkwoord | Taalniveau: B1
een plechtig offer brengen aan goden of voorouders; iets waardevols opgeven voor een hoger doel
Voorbeeldzinnen met het woord offeren
- "Tijdens het shintofeest werden rijstwijn en voedsel geofferd aan de kami."
- "Hij offerde zijn vrije tijd op om zijn leerlingen beter te kunnen begeleiden."
Idiomen
- • offers brengen voor iets (opofferingen doen om een doel te bereiken)
- • zichzelf offeren (al het eigen belang opzijzetten ten behoeve van anderen)
Vervoeging van offeren
| Ik (nu) | offer |
| Hij/zij (nu) | offert |
| Wij (nu) | offeren |
| Verleden tijd | offerde |
| Voltooid deelw. | geofferd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over offeren
- Wat betekent offeren?
- een plechtig offer brengen aan goden of voorouders; iets waardevols opgeven voor een hoger doel
- Op welk taalniveau hoort offeren?
- Het woord offeren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van offeren?
- Synoniemen van offeren zijn: opofferen, wijden.
- Hoe vervoeg je offeren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je offeren als volgt: ik offer, hij/zij offert, wij offeren.
- Wat is de verleden tijd van offeren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van offeren is: offerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van offeren?
- Het voltooid deelwoord van offeren is: geofferd.
- Gebruik je hebben of zijn bij offeren?
- Bij offeren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".