Was dit nuttig?
nuanceren
werkwoord | Taalniveau: C1
subtiele onderscheidingen aanbrengen; iets niet te absoluut stellen
Voorbeeldzinnen met het woord nuanceren
- "Ze nuanceerde haar uitspraak door context toe te voegen."
- "Hij nuanceerde de kritiek en erkende ook de sterke punten."
Synoniemen van nuanceren
Vervoeging van nuanceren
| Ik (nu) | ik nuanceer |
| Hij/zij (nu) | hij nuanceert |
| Wij (nu) | wij nuanceren |
| Verleden tijd | nuanceerde |
| Voltooid deelw. | genuanceerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over nuanceren
- Wat betekent nuanceren?
- subtiele onderscheidingen aanbrengen; iets niet te absoluut stellen
- Op welk taalniveau hoort nuanceren?
- Het woord nuanceren hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van nuanceren?
- Synoniemen van nuanceren zijn: verfijnen, relativeren, differentiëren.
- Hoe vervoeg je nuanceren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je nuanceren als volgt: ik ik nuanceer, hij/zij hij nuanceert, wij wij nuanceren.
- Wat is de verleden tijd van nuanceren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van nuanceren is: nuanceerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van nuanceren?
- Het voltooid deelwoord van nuanceren is: genuanceerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij nuanceren?
- Bij nuanceren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij nuanceren
menen
werkwoord
Van mening zijn, denken of geloven.
wikken
werkwoord
zorgvuldig nadenken en alle mogelijkheden overwegen voordat …
dwalen
werkwoord
afdwalen van de juiste gedachtegang of richting; ook: rondzw…
peinzen
werkwoord
Diep nadenken, overdenken.
weten
werkwoord
kennis of informatie hebben over iets
doordringen
werkwoord
ergens volledig doordrongen van raken; ook: fysiek ergens do…