Was dit nuttig?
navigeren
werkwoord | Taalniveau: B1
een route bepalen en volgen met behulp van een navigatiesysteem of kaart
Voorbeeldzinnen met het woord navigeren
- "Ze navigeert via haar telefoon naar de bestemming."
- "De GPS navigeert hen door de onbekende stad."
Synoniemen van navigeren
Idiomen
- • de weg vinden in
Vervoeging van navigeren
| Ik (nu) | ik navigeer |
| Hij/zij (nu) | hij/zij navigeert |
| Wij (nu) | wij navigeren |
| Verleden tijd | navigeerde |
| Voltooid deelw. | genavigeerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over navigeren
- Wat betekent navigeren?
- een route bepalen en volgen met behulp van een navigatiesysteem of kaart
- Op welk taalniveau hoort navigeren?
- Het woord navigeren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van navigeren?
- Synoniemen van navigeren zijn: de weg vinden, routerijden.
- Hoe vervoeg je navigeren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je navigeren als volgt: ik ik navigeer, hij/zij hij/zij navigeert, wij wij navigeren.
- Wat is de verleden tijd van navigeren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van navigeren is: navigeerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van navigeren?
- Het voltooid deelwoord van navigeren is: genavigeerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij navigeren?
- Bij navigeren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij navigeren
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
stipt
bijvoeglijk naamwoord
precies op tijd, zonder vertraging
vol
bijvoeglijk naamwoord
met geen vrije plaatsen meer, volledig bezet
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
druk
bijvoeglijk naamwoord
met veel verkeer of mensen aanwezig
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje