Was dit nuttig?
meevoeren
werkwoord | Taalniveau: A1
iets of iemand meenemen op een reis
Voorbeeldzinnen met het woord meevoeren
- "Ze voerde haar dochter mee naar de winkel."
- "Hij voerde zijn tas mee."
Synoniemen van meevoeren
Idiomen
- • met zich meevoeren
Vervoeging van meevoeren
| Ik (nu) | voer mee |
| Hij/zij (nu) | voert mee |
| Wij (nu) | voeren mee |
| Verleden tijd | voerde mee |
| Voltooid deelw. | meegevoerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over meevoeren
- Wat betekent meevoeren?
- iets of iemand meenemen op een reis
- Op welk taalniveau hoort meevoeren?
- Het woord meevoeren hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van meevoeren?
- Synoniemen van meevoeren zijn: meenemen, meebrengen.
- Hoe vervoeg je meevoeren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je meevoeren als volgt: ik voer mee, hij/zij voert mee, wij voeren mee.
- Wat is de verleden tijd van meevoeren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van meevoeren is: voerde mee.
- Wat is het voltooid deelwoord van meevoeren?
- Het voltooid deelwoord van meevoeren is: meegevoerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij meevoeren?
- Bij meevoeren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij meevoeren
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders