Was dit nuttig?
meegaan
werkwoord | Taalniveau: A1
mee naar ergens gaan met iemand
Voorbeeldzinnen met het woord meegaan
- "Ze ging mee naar de markt."
- "Wil jij ook meegaan?"
Synoniemen van meegaan
Idiomen
- • met de stroom meegaan
- • met zijn tijd meegaan
Vervoeging van meegaan
| Ik (nu) | ga mee |
| Hij/zij (nu) | gaat mee |
| Wij (nu) | gaan mee |
| Verleden tijd | ging mee |
| Voltooid deelw. | meegegaan |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over meegaan
- Wat betekent meegaan?
- mee naar ergens gaan met iemand
- Op welk taalniveau hoort meegaan?
- Het woord meegaan hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van meegaan?
- Synoniemen van meegaan zijn: mee komen.
- Hoe vervoeg je meegaan in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je meegaan als volgt: ik ga mee, hij/zij gaat mee, wij gaan mee.
- Wat is de verleden tijd van meegaan?
- De verleden tijd (enkelvoud) van meegaan is: ging mee.
- Wat is het voltooid deelwoord van meegaan?
- Het voltooid deelwoord van meegaan is: meegegaan.
- Gebruik je hebben of zijn bij meegaan?
- Bij meegaan gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij meegaan
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders