Was dit nuttig?
mailen
werkwoord | Taalniveau: A1
een e-mail sturen
Voorbeeldzinnen met het woord mailen
- "Ze mailde haar leraar met een vraag."
- "Hij mailt elke week zijn collega's."
Synoniemen van mailen
Idiomen
- • een mailtje sturen
- • iemand even mailen
Vervoeging van mailen
| Ik (nu) | |
| Hij/zij (nu) | mailt |
| Wij (nu) | mailen |
| Verleden tijd | mailde |
| Voltooid deelw. | gemaild |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over mailen
- Wat betekent mailen?
- een e-mail sturen
- Op welk taalniveau hoort mailen?
- Het woord mailen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van mailen?
- Synoniemen van mailen zijn: e-mailen.
- Hoe vervoeg je mailen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je mailen als volgt: ik mail, hij/zij mailt, wij mailen.
- Wat is de verleden tijd van mailen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van mailen is: mailde.
- Wat is het voltooid deelwoord van mailen?
- Het voltooid deelwoord van mailen is: gemaild.
- Gebruik je hebben of zijn bij mailen?
- Bij mailen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij mailen
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders