Was dit nuttig?
leidinggeven
werkwoord | Taalniveau: B1
verantwoordelijk zijn voor een team of afdeling
Voorbeeldzinnen met het woord leidinggeven
- "Hij geeft leiding aan dertig medewerkers."
- "Ze geeft leiding op een inspirerende manier."
Idiomen
- • het roer in handen nemen
Vervoeging van leidinggeven
| Ik (nu) | geef leiding |
| Hij/zij (nu) | geeft leiding |
| Wij (nu) | geven leiding |
| Verleden tijd | gaf leiding |
| Voltooid deelw. | leiding gegeven |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over leidinggeven
- Wat betekent leidinggeven?
- verantwoordelijk zijn voor een team of afdeling
- Op welk taalniveau hoort leidinggeven?
- Het woord leidinggeven hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je leidinggeven in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je leidinggeven als volgt: ik geef leiding, hij/zij geeft leiding, wij geven leiding.
- Wat is de verleden tijd van leidinggeven?
- De verleden tijd (enkelvoud) van leidinggeven is: gaf leiding.
- Wat is het voltooid deelwoord van leidinggeven?
- Het voltooid deelwoord van leidinggeven is: leiding gegeven.
- Gebruik je hebben of zijn bij leidinggeven?
- Bij leidinggeven gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij leidinggeven
evalueren
werkwoord
beoordelen of iets goed verloopt of verlopen is
rapporteren
werkwoord
verslag uitbrengen aan een leidinggevende of opdrachtgever
coachen
werkwoord
iemand begeleiden bij zijn professionele of persoonlijke ont…
gekwalificeerd
bijvoeglijk naamwoord
beschikkend over de vereiste opleiding, ervaring of certific…
hetdienstverband
zelfstandig naamwoord
de arbeidsrelatie tussen een werknemer en een werkgever
hetpensioenfonds
zelfstandig naamwoord
organisatie die pensioengeld beheert en uitkeert
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje