Was dit nuttig?
labelen
werkwoord | Taalniveau: B1
een data-item voorzien van een categorie, tag of betekenis zodat een model ervan kan leren
Voorbeeldzinnen met het woord labelen
- "De vrijwilligers labelden duizenden foto s van straatborden voor het zelfrijdende autoproject."
- "Het labelen van sentiment in klantenreviews is een arbeidsintensief maar noodzakelijk proces."
- "Tools als Labelbox en Scale AI zijn gebouwd om het labelen van data te automatiseren en structureren."
- "Foutief gelabelde data kan leiden tot stelselmatige fouten in de modeluitkomsten."
- "Weakly supervised learning maakt het mogelijk te trainen met gedeeltelijk gelabelde data."
Synoniemen van labelen
Idiomen
- • Iemand een etiket opplakken
- • Onder een noemer brengen
Waar komt het woord labelen vandaan?
Labelen is ontleend aan het Engelse to label, dat via het Frans label en het Oudfrans lambel (strip, strook) teruggaat op het Germaans. In de informatica en AI is labelen de handeling van het voorzien van data van een categorie of klasse, die het model als target gebruikt tijdens het leerproces. De term verving in de praktijk het zwaardere annoteren in alledaags gebruik.
Vervoeging van labelen
| Ik (nu) | ik label |
| Hij/zij (nu) | hij labelt |
| Wij (nu) | wij labelen |
| Verleden tijd | labelde |
| Voltooid deelw. | gelabeld |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over labelen
- Wat betekent labelen?
- een data-item voorzien van een categorie, tag of betekenis zodat een model ervan kan leren
- Op welk taalniveau hoort labelen?
- Het woord labelen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van labelen?
- Synoniemen van labelen zijn: annoteren, categoriseren, taggen.
- Hoe vervoeg je labelen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je labelen als volgt: ik ik label, hij/zij hij labelt, wij wij labelen.
- Wat is de verleden tijd van labelen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van labelen is: labelde.
- Wat is het voltooid deelwoord van labelen?
- Het voltooid deelwoord van labelen is: gelabeld.
- Gebruik je hebben of zijn bij labelen?
- Bij labelen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".