Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    koersen

    werkwoord | Taalniveau: B2

    een race rijden of een specifieke rijlijn of strategie aanhouden; ook: koersen op een bepaalde positie of strategie

    Voorbeeldzinnen met het woord koersen

    • "Het team koerste op een two-stop strategie van meet af aan."
    • "De coureur koerste rustig op de tweede plek en wachtte zijn moment af."

    Synoniemen van koersen

    Vervoeging van koersen

    Ik (nu) koers
    Hij/zij (nu) koerst
    Wij (nu) koersen
    Verleden tijd koerste
    Voltooid deelw. gekoerst
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over koersen

    Wat betekent koersen?
    een race rijden of een specifieke rijlijn of strategie aanhouden; ook: koersen op een bepaalde positie of strategie
    Op welk taalniveau hoort koersen?
    Het woord koersen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van koersen?
    Synoniemen van koersen zijn: rijden, strijden, een strategie volgen.
    Hoe vervoeg je koersen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je koersen als volgt: ik koers, hij/zij koerst, wij koersen.
    Wat is de verleden tijd van koersen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van koersen is: koerste.
    Wat is het voltooid deelwoord van koersen?
    Het voltooid deelwoord van koersen is: gekoerst.
    Gebruik je hebben of zijn bij koersen?
    Bij koersen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter