Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    klimmen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    omhoog gaan langs een wand of berg

    Voorbeeldzinnen met het woord klimmen

    • "Ze klimmen elke week in de klimhal."
    • "Hij klimt graag in de bergen."

    Synoniemen van klimmen

    Idiomen

    • • Hogerop klimmen
    • • Uit het dal klimmen

    Vervoeging van klimmen

    Ik (nu) klim
    Hij/zij (nu) klimt
    Wij (nu) klimmen
    Verleden tijd klom
    Voltooid deelw. geklommen
    Hulpwerkwoord hebben/zijn

    Veelgestelde vragen over klimmen

    Wat betekent klimmen?
    omhoog gaan langs een wand of berg
    Op welk taalniveau hoort klimmen?
    Het woord klimmen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van klimmen?
    Synoniemen van klimmen zijn: klauteren, bergbeklimmen.
    Hoe vervoeg je klimmen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je klimmen als volgt: ik klim, hij/zij klimt, wij klimmen.
    Wat is de verleden tijd van klimmen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van klimmen is: klom.
    Wat is het voltooid deelwoord van klimmen?
    Het voltooid deelwoord van klimmen is: geklommen.
    Gebruik je hebben of zijn bij klimmen?
    Bij klimmen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben/zijn".

    Delen

    Bladeren op letter