Was dit nuttig?
isoleren
werkwoord | Taalniveau: B1
een gebouw thermisch of geluidsdicht maken
Voorbeeldzinnen met het woord isoleren
- "Ze gaan het dak isoleren."
- "Ze isoleerden de spouwmuren."
Idiomen
- • buiten de boot laten vallen
Vervoeging van isoleren
| Ik (nu) | isoleer |
| Hij/zij (nu) | isoleert |
| Wij (nu) | isoleren |
| Verleden tijd | isoleerde |
| Voltooid deelw. | geïsoleerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over isoleren
- Wat betekent isoleren?
- een gebouw thermisch of geluidsdicht maken
- Op welk taalniveau hoort isoleren?
- Het woord isoleren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je isoleren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je isoleren als volgt: ik isoleer, hij/zij isoleert, wij isoleren.
- Wat is de verleden tijd van isoleren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van isoleren is: isoleerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van isoleren?
- Het voltooid deelwoord van isoleren is: geïsoleerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij isoleren?
- Bij isoleren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij isoleren
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje