Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    isoleren

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een gebouw thermisch of geluidsdicht maken

    Voorbeeldzinnen met het woord isoleren

    • "Ze gaan het dak isoleren."
    • "Ze isoleerden de spouwmuren."

    Idiomen

    • • buiten de boot laten vallen

    Vervoeging van isoleren

    Ik (nu) isoleer
    Hij/zij (nu) isoleert
    Wij (nu) isoleren
    Verleden tijd isoleerde
    Voltooid deelw. geïsoleerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over isoleren

    Wat betekent isoleren?
    een gebouw thermisch of geluidsdicht maken
    Op welk taalniveau hoort isoleren?
    Het woord isoleren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je isoleren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je isoleren als volgt: ik isoleer, hij/zij isoleert, wij isoleren.
    Wat is de verleden tijd van isoleren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van isoleren is: isoleerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van isoleren?
    Het voltooid deelwoord van isoleren is: geïsoleerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij isoleren?
    Bij isoleren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter