Was dit nuttig?
investeren
werkwoord | Taalniveau: B2
geld of tijd inzetten met de verwachting van toekomstig voordeel of winst
Voorbeeldzinnen met het woord investeren
- "Ze investeerde haar spaargeld in een eigen bedrijf."
- "Hij investeert regelmatig in aandelen."
Synoniemen van investeren
Idiomen
- • In zichzelf investeren
- • Geld in iets steken
Vervoeging van investeren
| Ik (nu) | investeer |
| Hij/zij (nu) | investeert |
| Wij (nu) | investeren |
| Verleden tijd | investeerde |
| Voltooid deelw. | geïnvesteerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over investeren
- Wat betekent investeren?
- geld of tijd inzetten met de verwachting van toekomstig voordeel of winst
- Op welk taalniveau hoort investeren?
- Het woord investeren hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van investeren?
- Synoniemen van investeren zijn: beleggen, kapitaal inzetten.
- Hoe vervoeg je investeren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je investeren als volgt: ik investeer, hij/zij investeert, wij investeren.
- Wat is de verleden tijd van investeren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van investeren is: investeerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van investeren?
- Het voltooid deelwoord van investeren is: geïnvesteerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij investeren?
- Bij investeren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij investeren
debroekriem
zelfstandig naamwoord
riem waarmee een broek op zijn plaats wordt gehouden
defactuur
zelfstandig naamwoord
officieel document met een overzicht van geleverde producten…
dekassière
zelfstandig naamwoord
medewerker bij de kassa die betalingen afhandelt in een wink…
dewaardebon
zelfstandig naamwoord
een bon of coupon met een bepaalde geldwaarde die als betaal…
hetgeld
zelfstandig naamwoord
betaalmiddel in de vorm van munten of biljetten waarmee goed…
demarkt
zelfstandig naamwoord
openluchtplaats waar kooplieden producten te koop aanbieden,…