Was dit nuttig?
beleggen
werkwoord | Taalniveau: B2
geld investeren in aandelen, obligaties of andere financiële producten met het doel winst te maken
Voorbeeldzinnen met het woord beleggen
- "Hij belegt zijn spaargeld in aandelen en obligaties."
- "Ze belegde vijfduizend euro in een indexfonds."
Synoniemen van beleggen
Idiomen
- • Niet al je eieren in één mand leggen
Vervoeging van beleggen
| Ik (nu) | beleg |
| Hij/zij (nu) | belegt |
| Wij (nu) | beleggen |
| Verleden tijd | belegde |
| Voltooid deelw. | belegd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over beleggen
- Wat betekent beleggen?
- geld investeren in aandelen, obligaties of andere financiële producten met het doel winst te maken
- Op welk taalniveau hoort beleggen?
- Het woord beleggen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van beleggen?
- Synoniemen van beleggen zijn: investeren, vermogen opbouwen.
- Hoe vervoeg je beleggen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je beleggen als volgt: ik beleg, hij/zij belegt, wij beleggen.
- Wat is de verleden tijd van beleggen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van beleggen is: belegde.
- Wat is het voltooid deelwoord van beleggen?
- Het voltooid deelwoord van beleggen is: belegd.
- Gebruik je hebben of zijn bij beleggen?
- Bij beleggen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij beleggen
debroekriem
zelfstandig naamwoord
riem waarmee een broek op zijn plaats wordt gehouden
defactuur
zelfstandig naamwoord
officieel document met een overzicht van geleverde producten…
dekassière
zelfstandig naamwoord
medewerker bij de kassa die betalingen afhandelt in een wink…
dewaardebon
zelfstandig naamwoord
een bon of coupon met een bepaalde geldwaarde die als betaal…
hetgeld
zelfstandig naamwoord
betaalmiddel in de vorm van munten of biljetten waarmee goed…
demarkt
zelfstandig naamwoord
openluchtplaats waar kooplieden producten te koop aanbieden,…