Was dit nuttig?
inrichten
werkwoord | Taalniveau: B1
een ruimte inrichten met meubels en decoratie
Voorbeeldzinnen met het woord inrichten
- "Ze richt haar nieuwe appartement in."
- "Ze richtten de woonkamer gezellig in."
Idiomen
- • van nul opbouwen
Vervoeging van inrichten
| Ik (nu) | richt in |
| Hij/zij (nu) | richt in |
| Wij (nu) | richten in |
| Verleden tijd | richtte in |
| Voltooid deelw. | ingericht |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over inrichten
- Wat betekent inrichten?
- een ruimte inrichten met meubels en decoratie
- Op welk taalniveau hoort inrichten?
- Het woord inrichten hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je inrichten in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je inrichten als volgt: ik richt in, hij/zij richt in, wij richten in.
- Wat is de verleden tijd van inrichten?
- De verleden tijd (enkelvoud) van inrichten is: richtte in.
- Wat is het voltooid deelwoord van inrichten?
- Het voltooid deelwoord van inrichten is: ingericht.
- Gebruik je hebben of zijn bij inrichten?
- Bij inrichten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij inrichten
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje