Was dit nuttig?
dehuissleutel
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
de sleutel van je woning
Voorbeeldzinnen met het woord huissleutel
- "Vergeet je huissleutel niet!"
- "Ik heb een extra huissleutel laten maken."
Synoniemen van huissleutel
Veelgestelde vragen over huissleutel
- Wat betekent huissleutel?
- de sleutel van je woning
- Op welk taalniveau hoort huissleutel?
- Het woord huissleutel hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van huissleutel?
- Synoniemen van huissleutel zijn: sleutel.
- Is huissleutel een de-woord of het-woord?
- Huissleutel is een de-woord: de huissleutel.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij huissleutel
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen