Was dit nuttig?
desleutel
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1
metalen voorwerp om een slot te openen
Voorbeeldzinnen met het woord sleutel
- "Ze vergat haar sleutel en kon niet naar binnen."
- "Hij gaf een extra sleutel aan zijn buurvrouw."
Synoniemen van sleutel
Idiomen
- • De sleutel tot succes
- • Met de sleutel onder de mat
2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2
muzikaal teken aan het begin van een notenbalk dat de toonhoogte van de noten bepaalt
Voorbeeldzinnen met het woord sleutel
- "De vioolsleutel wordt gebruikt voor hoge instrumenten zoals de viool en fluit."
- "Ze leerde de bassleutel herkennen tijdens haar eerste muziekles."
Synoniemen van sleutel
Idiomen
- • De sleutel tot succes
- • Met de sleutel onder de mat
3zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1
figuurlijk: datgene dat toegang geeft tot een oplossing, begrip of succes
Voorbeeldzinnen met het woord sleutel
- "Communicatie is de sleutel tot een goede samenwerking."
- "De sleutel tot zijn succes lag in zijn vermogen om nooit op te geven."
Idiomen
- • De sleutel tot succes
- • Met de sleutel onder de mat
Veelgestelde vragen over sleutel
- Wat betekent sleutel?
- metalen voorwerp om een slot te openen
- Op welk taalniveau hoort sleutel?
- Het woord sleutel hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van sleutel?
- Synoniemen van sleutel zijn: huissleutel, pasje.
- Is sleutel een de-woord of het-woord?
- Sleutel is een de-woord: de sleutel.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij sleutel
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen