Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hethuis

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1

    gebouw met meerdere kamers waar mensen wonen

    Voorbeeldzinnen met het woord huis

    • "We hebben een nieuw huis gekocht in de buurt."
    • "Het huis heeft drie slaapkamers en een grote tuin."

    Synoniemen van huis

    Idiomen

    • • Met de deur in huis vallen
    • • Van huis uit
    • • Huis en haard

    Veelgestelde vragen over huis

    Wat betekent huis?
    gebouw met meerdere kamers waar mensen wonen
    Op welk taalniveau hoort huis?
    Het woord huis hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van huis?
    Synoniemen van huis zijn: woning, woonhuis, pand.
    Is huis een de-woord of het-woord?
    Huis is een het-woord: het huis.

    Delen

    Bladeren op letter