Was dit nuttig?
dehand
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het handje
1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1
Deel aan het einde van de arm met vijf vingers
Voorbeeldzinnen met het woord hand
- "Geef me je hand."
- "Ze wast haar handen voor het eten."
- "Hij heeft grote handen."
Idiomen
- • Iemand een hand geven
- • De handen ineen slaan
- • Uit de hand lopen
2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2
handschrift; de manier waarop iemand met de hand schrijft
Voorbeeldzinnen met het woord hand
- "Ze herkende zijn hand direct op de envelop: altijd keurig en rechtop."
- "De historicus bestudeerde de hand van de schrijver om de authenticiteit te bevestigen."
Synoniemen van hand
Idiomen
- • van de hand doen — iets verkopen of weggeven
Veelgestelde vragen over hand
- Wat betekent hand?
- Deel aan het einde van de arm met vijf vingers
- Op welk taalniveau hoort hand?
- Het woord hand hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van hand?
- Synoniemen van hand zijn: vuist, pols.
- Is hand een de-woord of het-woord?
- Hand is een de-woord: de hand.
- Wat is het verkleinwoord van hand?
- Het verkleinwoord van hand is: het het handje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij hand
hetoog
zelfstandig naamwoord
Zintuig waarmee je kunt zien
derug
zelfstandig naamwoord
Achterkant van het menselijk lichaam van schouders tot heupe…
detand
zelfstandig naamwoord
Hard wit botje in de mond waarmee je bijt en kauwt
deschouder
zelfstandig naamwoord
gewricht tussen arm en romp
dekop
zelfstandig naamwoord
Hoofd (informeler).
deknie
zelfstandig naamwoord
Gewricht in het midden van het been waarmee je het been buig…