Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hagelen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    het naar beneden vallen van hagel, kleine bollen ijs uit een wolk

    Voorbeeldzinnen met het woord hagelen

    • "Het begon te hagelen en iedereen rende naar binnen."
    • "Tijdens het hagelen raakten automobielen beschadigd door de grote hagelstenen."
    • "Het hagelde zo hevig dat de hagelstenen de groenten in de tuin vernielden."
    • "Boeren vrezen hagelstormen omdat ze hun oogst kunnen vernietigen."
    • "Het was zeldzaam om in april nog te zien hagelen."

    Synoniemen van hagelen

    Idiomen

    • • het hagelt van de klachten (er komen veel klachten tegelijkertijd binnen)

    Waar komt het woord hagelen vandaan?

    Hagelen is afgeleid van hagel, van het Proto-Germaans haglaz, verwant met het Engelse hail en het Duits Hagel. Het werkwoord is een regelmatige afleiding van het zelfstandig naamwoord.

    Vervoeging van hagelen

    Ik (nu) hagel
    Hij/zij (nu) hagelt
    Wij (nu) hagelen
    Verleden tijd hagelde
    Voltooid deelw. gehageld
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over hagelen

    Wat betekent hagelen?
    het naar beneden vallen van hagel, kleine bollen ijs uit een wolk
    Op welk taalniveau hoort hagelen?
    Het woord hagelen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van hagelen?
    Synoniemen van hagelen zijn: ijskorrels vallen, hagel neerkomen.
    Hoe vervoeg je hagelen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je hagelen als volgt: ik hagel, hij/zij hagelt, wij hagelen.
    Wat is de verleden tijd van hagelen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van hagelen is: hagelde.
    Wat is het voltooid deelwoord van hagelen?
    Het voltooid deelwoord van hagelen is: gehageld.
    Gebruik je hebben of zijn bij hagelen?
    Bij hagelen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter