Was dit nuttig?
hethaar
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het haartje
Dunne draden die groeien op het hoofd
Voorbeeldzinnen met het woord haar
- "Ze heeft lang blond haar."
- "Hij kamde zijn haar voor de spiegel."
- "Mijn haar is nat van de regen."
Idiomen
- • Het scheelt een haar
- • Iemand een haar krenken
Veelgestelde vragen over haar
- Wat betekent haar?
- Dunne draden die groeien op het hoofd
- Op welk taalniveau hoort haar?
- Het woord haar hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van haar?
- Synoniemen van haar zijn: haren, lokken, tresses.
- Is haar een de-woord of het-woord?
- Haar is een het-woord: het haar.
- Wat is het verkleinwoord van haar?
- Het verkleinwoord van haar is: het het haartje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij haar
hetoog
zelfstandig naamwoord
Zintuig waarmee je kunt zien
derug
zelfstandig naamwoord
Achterkant van het menselijk lichaam van schouders tot heupe…
detand
zelfstandig naamwoord
Hard wit botje in de mond waarmee je bijt en kauwt
deschouder
zelfstandig naamwoord
gewricht tussen arm en romp
dekop
zelfstandig naamwoord
Hoofd (informeler).
deknie
zelfstandig naamwoord
Gewricht in het midden van het been waarmee je het been buig…