Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hetgezinslid

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    persoon die deel uitmaakt van een gezin

    Voorbeeldzinnen met het woord gezinslid

    • "Elk gezinslid heeft zijn eigen taak thuis."
    • "Ze bespreekt de vakantie met elk gezinslid."

    Synoniemen van gezinslid

    Veelgestelde vragen over gezinslid

    Wat betekent gezinslid?
    persoon die deel uitmaakt van een gezin
    Op welk taalniveau hoort gezinslid?
    Het woord gezinslid hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van gezinslid?
    Synoniemen van gezinslid zijn: familielid.
    Is gezinslid een de-woord of het-woord?
    Gezinslid is een het-woord: het gezinslid.

    Delen

    Bladeren op letter