Was dit nuttig?
hetgezinshuis
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: C1
kleinschalige woonvorm voor kinderen met een gezinsbegeleider
Voorbeeldzinnen met het woord gezinshuis
- "Ze werkt als gezinshuisouder."
- "Het gezinshuis biedt een thuis aan acht kinderen."
Synoniemen van gezinshuis
Veelgestelde vragen over gezinshuis
- Wat betekent gezinshuis?
- kleinschalige woonvorm voor kinderen met een gezinsbegeleider
- Op welk taalniveau hoort gezinshuis?
- Het woord gezinshuis hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van gezinshuis?
- Synoniemen van gezinshuis zijn: kinderhuis.
- Is gezinshuis een de-woord of het-woord?
- Gezinshuis is een het-woord: het gezinshuis.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij gezinshuis
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen