Was dit nuttig?
gezamenlijk
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: B1
met anderen samen gedaan of gedeeld
Voorbeeldzinnen met het woord gezamenlijk
- "Ze vierden het gezamenlijk als familie."
- "De oudejaarsavond werd gezamenlijk gevierd."
Veelgestelde vragen over gezamenlijk
- Wat betekent gezamenlijk?
- met anderen samen gedaan of gedeeld
- Op welk taalniveau hoort gezamenlijk?
- Het woord gezamenlijk hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij gezamenlijk
nostalgisch
bijvoeglijk naamwoord
verlangend naar het verleden
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt