Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    genezen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    van een ziekte of wond herstellen

    Voorbeeldzinnen met het woord genezen

    • "Ze genas volledig van de infectie."
    • "De wond genas snel dankzij de goede verzorging."

    Synoniemen van genezen

    Idiomen

    • • volledig genezen
    • • van de kwaal genezen

    Vervoeging van genezen

    Ik (nu) ik genees
    Hij/zij (nu) hij geneest
    Wij (nu) wij genezen
    Verleden tijd genas
    Voltooid deelw. genezen
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over genezen

    Wat betekent genezen?
    van een ziekte of wond herstellen
    Op welk taalniveau hoort genezen?
    Het woord genezen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van genezen?
    Synoniemen van genezen zijn: herstellen, beter worden.
    Hoe vervoeg je genezen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je genezen als volgt: ik ik genees, hij/zij hij geneest, wij wij genezen.
    Wat is de verleden tijd van genezen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van genezen is: genas.
    Wat is het voltooid deelwoord van genezen?
    Het voltooid deelwoord van genezen is: genezen.
    Gebruik je hebben of zijn bij genezen?
    Bij genezen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter