Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    flexen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    pronken of opscheppen met bezittingen, uiterlijk of prestaties; leenwoord uit het Engels

    Voorbeeldzinnen met het woord flexen

    • "Hij flext altijd met zijn nieuwe sneakers."
    • "Ze flexen hun vakantie non-stop op sociale media."

    Synoniemen van flexen

    Idiomen

    • • flexen met succes
    • • pronken met bezittingen

    Vervoeging van flexen

    Ik (nu) ik flex
    Hij/zij (nu) hij flext
    Wij (nu) wij flexen
    Verleden tijd flexte
    Voltooid deelw. geflext
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over flexen

    Wat betekent flexen?
    pronken of opscheppen met bezittingen, uiterlijk of prestaties; leenwoord uit het Engels
    Op welk taalniveau hoort flexen?
    Het woord flexen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van flexen?
    Synoniemen van flexen zijn: opscheppen, pronken.
    Hoe vervoeg je flexen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je flexen als volgt: ik ik flex, hij/zij hij flext, wij wij flexen.
    Wat is de verleden tijd van flexen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van flexen is: flexte.
    Wat is het voltooid deelwoord van flexen?
    Het voltooid deelwoord van flexen is: geflext.
    Gebruik je hebben of zijn bij flexen?
    Bij flexen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter