Was dit nuttig?
defeestkalender
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
overzicht van alle feestdagen in het jaar
Voorbeeldzinnen met het woord feestkalender
- "Ze plannen alles rond de feestkalender."
- "De feestkalender toont wanneer vrije dagen zijn."
Synoniemen van feestkalender
Veelgestelde vragen over feestkalender
- Wat betekent feestkalender?
- overzicht van alle feestdagen in het jaar
- Op welk taalniveau hoort feestkalender?
- Het woord feestkalender hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van feestkalender?
- Synoniemen van feestkalender zijn: jaarkalender.
- Is feestkalender een de-woord of het-woord?
- Feestkalender is een de-woord: de feestkalender.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij feestkalender
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
dekerstpudding
zelfstandig naamwoord
traditioneel Brits dessert met kerst
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt