Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    deexamenperiode

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    de vastgestelde tijdsspanne waarbinnen examens worden afgenomen op school of een instelling

    Voorbeeldzinnen met het woord examenperiode

    • "Buiten de examenperiode zijn er geen grote toetsen gepland."
    • "De examenperiode van het mbo loopt van april tot en met juni."

    Synoniemen van examenperiode

    Veelgestelde vragen over examenperiode

    Wat betekent examenperiode?
    de vastgestelde tijdsspanne waarbinnen examens worden afgenomen op school of een instelling
    Op welk taalniveau hoort examenperiode?
    Het woord examenperiode hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van examenperiode?
    Synoniemen van examenperiode zijn: examenweken, tentamenperiode.
    Is examenperiode een de-woord of het-woord?
    Examenperiode is een de-woord: de examenperiode.

    Delen

    Bladeren op letter