Was dit nuttig?
douchen
werkwoord | Taalniveau: A1
jezelf wassen onder de douche
Voorbeeldzinnen met het woord douchen
- "Hij doucht elke ochtend voor het werk."
- "Ze doucht koud na het sporten."
Synoniemen van douchen
Idiomen
- • Een koude douche krijgen
- • Koud douchen na het sporten
Vervoeging van douchen
| Ik (nu) | douche |
| Hij/zij (nu) | doucht |
| Wij (nu) | douchen |
| Verleden tijd | douchte |
| Voltooid deelw. | gedoucht |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over douchen
- Wat betekent douchen?
- jezelf wassen onder de douche
- Op welk taalniveau hoort douchen?
- Het woord douchen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van douchen?
- Synoniemen van douchen zijn: zich wassen.
- Hoe vervoeg je douchen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je douchen als volgt: ik douche, hij/zij doucht, wij douchen.
- Wat is de verleden tijd van douchen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van douchen is: douchte.
- Wat is het voltooid deelwoord van douchen?
- Het voltooid deelwoord van douchen is: gedoucht.
- Gebruik je hebben of zijn bij douchen?
- Bij douchen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij douchen
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders