hetdossier
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
het geheel van documenten en stukken die betrekking hebben op een zaak of persoon
Voorbeeldzinnen met het woord dossier
- "De advocaat bestudeerde het volledige dossier voor de zitting."
- "Het strafdossier bevatte getuigenverklaringen processenverbaal en forensisch bewijs."
- "De officier van justitie was maanden bezig om het dossier samen te stellen."
- "In het strafdossier staan alle acties vermeld die de politie in het onderzoek heeft ondernomen."
- "De rechtbank eiste dat het complete dossier drie weken voor de zitting werd ingediend."
Synoniemen van dossier
Idiomen
- • het dossier sluiten (een zaak afsluiten of niet verder vervolgen)
Waar komt het woord dossier vandaan?
Het woord dossier stamt uit het Frans dossier afgeleid van dos (rug) verwijzend naar de rugkant van een mapje of bundel documenten waarop vroeger het opschrift stond. Via het Frans drong het woord in de negentiende en twintigste eeuw het Nederlandse juridische en bestuurlijke taalgebruik binnen.
Veelgestelde vragen over dossier
- Wat betekent dossier?
- het geheel van documenten en stukken die betrekking hebben op een zaak of persoon
- Op welk taalniveau hoort dossier?
- Het woord dossier hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van dossier?
- Synoniemen van dossier zijn: zaakstuk, bestand, procesdossier.
- Is dossier een de-woord of het-woord?
- Dossier is een het-woord: het dossier.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij dossier
de officiële schriftelijke beschrijving van de feiten waarva…
het opnieuw plegen van een strafbaar feit na een eerdere ver…
informele benaming voor de vrijgegeven rechtbankdocumenten i…
Brits-Amerikaanse socialite en voormalig partner van Epstein…
formele juridische procedure waarbij een rechter uitspraak d…
een buitengerechtelijke geschillenbeslechting door een neutr…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje