Was dit nuttig?
dedag
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het dagje
Een periode van 24 uur; ook het lichte gedeelte daarvan
Voorbeeldzinnen met het woord dag
- "Ik werk elke dag van negen tot vijf."
- "Wat een mooie dag is het vandaag!"
- "Ze gaat drie dagen op reis."
Idiomen
- • De dag van morgen
- • Aan de orde van de dag
- • Zijn beste dagen zijn voorbij
Veelgestelde vragen over dag
- Wat betekent dag?
- Een periode van 24 uur; ook het lichte gedeelte daarvan
- Op welk taalniveau hoort dag?
- Het woord dag hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van dag?
- Synoniemen van dag zijn: etmaal, datum.
- Is dag een de-woord of het-woord?
- Dag is een de-woord: de dag.
- Wat is het verkleinwoord van dag?
- Het verkleinwoord van dag is: het het dagje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij dag
deweek
zelfstandig naamwoord
Een periode van zeven opeenvolgende dagen
defebruari
zelfstandig naamwoord
De tweede maand van het jaar; de kortste maand
demaand
zelfstandig naamwoord
Een periode van ongeveer vier weken; het jaar is verdeeld in…
hetdecennium
zelfstandig naamwoord
een periode van tien jaar
deeeuw
zelfstandig naamwoord
een periode van honderd jaar
hetmillennium
zelfstandig naamwoord
een periode van duizend jaar; ook de overgang van een dergel…