Was dit nuttig?
decross
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
een terreinwedstrijd waarbij deelnemers door bos en veld rennen of fietsen
Voorbeeldzinnen met het woord cross
- "Ze liep elke herfst een cross door het bos."
- "De motorcross werd gereden op een modderig parcours."
Synoniemen van cross
Veelgestelde vragen over cross
- Wat betekent cross?
- een terreinwedstrijd waarbij deelnemers door bos en veld rennen of fietsen
- Op welk taalniveau hoort cross?
- Het woord cross hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van cross?
- Synoniemen van cross zijn: veldloop, motorcross.
- Is cross een de-woord of het-woord?
- Cross is een de-woord: de cross.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij cross
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
deloopband
zelfstandig naamwoord
apparaat voor binnenshuis hardlopen op een bewegend band
deambitie
zelfstandig naamwoord
een sterke wens om iets te bereiken
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje