Was dit nuttig?
crashen
werkwoord | Taalniveau: B1
plotseling stoppen of vastlopen van een programma of systeem
Voorbeeldzinnen met het woord crashen
- "Zijn computer crashte net tijdens de presentatie."
- "De applicatie crasht regelmatig bij grote bestanden."
Idiomen
- • op zijn bek gaan
Vervoeging van crashen
| Ik (nu) | crash |
| Hij/zij (nu) | crasht |
| Wij (nu) | crashen |
| Verleden tijd | crashte |
| Voltooid deelw. | gecrashed |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over crashen
- Wat betekent crashen?
- plotseling stoppen of vastlopen van een programma of systeem
- Op welk taalniveau hoort crashen?
- Het woord crashen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van crashen?
- Synoniemen van crashen zijn: vastlopen, bevriezen.
- Hoe vervoeg je crashen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je crashen als volgt: ik crash, hij/zij crasht, wij crashen.
- Wat is de verleden tijd van crashen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van crashen is: crashte.
- Wat is het voltooid deelwoord van crashen?
- Het voltooid deelwoord van crashen is: gecrashed.
- Gebruik je hebben of zijn bij crashen?
- Bij crashen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij crashen
hetnetwerk
zelfstandig naamwoord
systeem van verbonden computers en apparaten die data uitwis…
deprivacy-instellingen
zelfstandig naamwoord
configuratie-opties waarmee je bepaalt wie je informatie kan…
debrowser
zelfstandig naamwoord
programma waarmee je websites op het internet kunt bekijken
debig data
zelfstandig naamwoord
enorme hoeveelheid digitale gegevens die te complex zijn voo…
hetdebuggen
zelfstandig naamwoord
het opsporen en verhelpen van fouten in software
derepository
zelfstandig naamwoord
opslagplaats voor broncode, vaak gecombineerd met versiebehe…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje