Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    crashen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    plotseling stoppen of vastlopen van een programma of systeem

    Voorbeeldzinnen met het woord crashen

    • "Zijn computer crashte net tijdens de presentatie."
    • "De applicatie crasht regelmatig bij grote bestanden."

    Synoniemen van crashen

    Idiomen

    • • op zijn bek gaan

    Vervoeging van crashen

    Ik (nu) crash
    Hij/zij (nu) crasht
    Wij (nu) crashen
    Verleden tijd crashte
    Voltooid deelw. gecrashed
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over crashen

    Wat betekent crashen?
    plotseling stoppen of vastlopen van een programma of systeem
    Op welk taalniveau hoort crashen?
    Het woord crashen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van crashen?
    Synoniemen van crashen zijn: vastlopen, bevriezen.
    Hoe vervoeg je crashen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je crashen als volgt: ik crash, hij/zij crasht, wij crashen.
    Wat is de verleden tijd van crashen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van crashen is: crashte.
    Wat is het voltooid deelwoord van crashen?
    Het voltooid deelwoord van crashen is: gecrashed.
    Gebruik je hebben of zijn bij crashen?
    Bij crashen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter