decosplay
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
het verkleden als een personage uit anime, manga, games of films
Voorbeeldzinnen met het woord cosplay
- "Op het festival liepen tientallen bezoekers in elaborate cosplay rond."
- "Voor haar cosplay had ze maandenlang aan het kostuum gewerkt."
- "De jury beoordeelde de cosplay op authenticiteit, vakmanschap en uitstraling."
- "Cosplay vraagt creativiteit, technisch inzicht en vaak ook acteervaardigheden."
- "Op zondagen verzamelden cosplayers zich in het park om foto`s van elkaar te maken."
Synoniemen van cosplay
Idiomen
- • cosplay doen (de hobby van het verkleden als een personage uitoefenen)
Waar komt het woord cosplay vandaan?
Cosplay is een samentrekking van costume en play, bedacht in 1984 door de Japanse journalist Nobuyuki Takahashi naar aanleiding van een sciencefictionconventie in Los Angeles. Hoewel het woord van Engelse oorsprong is, kreeg de hobby vooral in Japan zijn karakteristieke vorm. In het Nederlands is cosplay sinds de jaren tweeduizend ingeburgerd via animeconventies en sociale media.
Veelgestelde vragen over cosplay
- Wat betekent cosplay?
- het verkleden als een personage uit anime, manga, games of films
- Op welk taalniveau hoort cosplay?
- Het woord cosplay hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van cosplay?
- Synoniemen van cosplay zijn: verkleden, kostuumspel.
- Is cosplay een de-woord of het-woord?
- Cosplay is een de-woord: de cosplay.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij cosplay
iemand die de Japanse nationaliteit heeft of in Japan gebore…
jonge sojabonen in de peul die gestoomd of gekookt worden ge…
Japanse feodale heer die in het feodale Japan een groot land…
systeem van woorden en regels waarmee mensen met elkaar comm…
grote zeegolf veroorzaakt door een aardbeving of onderzeese …
Japans gerecht van gekookte rijst met vis, zeevruchten of gr…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje