Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    decoordinator

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1 | Verkleinwoord: het het coordinatortje

    persoon die activiteiten of mensen op elkaar afstemt en organiseert

    Voorbeeldzinnen met het woord coordinator

    • "De coordinator zorgde dat alle vrijwilligers op tijd op hun post stonden."
    • "Als coordinator van het project loste hij dagelijks tientallen kleine problemen op."
    • "Een goede coordinator delegeert het werk en grijpt alleen in waar het nodig is."
    • "De coordinator hield wekelijks een overlegsessie met alle teamleiders."
    • "Voor een internationaal evenement is een coordinator met meerdere talen onmisbaar."

    Synoniemen van coordinator

    Idiomen

    • • zijn rol als coordinator opnemen (de organiserende functie op zich nemen)

    Waar komt het woord coordinator vandaan?

    Coordinator is een leenwoord uit het laat-Latijnse coordinare, samengesteld uit cum (samen) en ordinare (ordenen). Het werd in de negentiende eeuw eerst in wetenschappelijke contexten gebruikt en later breder in organisatie- en projectmanagement. In het Nederlands gangbaar geworden in de tweede helft van de twintigste eeuw.

    Veelgestelde vragen over coordinator

    Wat betekent coordinator?
    persoon die activiteiten of mensen op elkaar afstemt en organiseert
    Op welk taalniveau hoort coordinator?
    Het woord coordinator hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van coordinator?
    Synoniemen van coordinator zijn: regelaar, manager.
    Is coordinator een de-woord of het-woord?
    Coordinator is een de-woord: de coordinator.
    Wat is het verkleinwoord van coordinator?
    Het verkleinwoord van coordinator is: het het coordinatortje.

    Delen

    Bladeren op letter

    Installeer gratis Hét woordenboek.nl op je mobiel