Was dit nuttig?
consumeren
werkwoord | Taalniveau: B1
eten, drinken of gebruiken
Voorbeeldzinnen met het woord consumeren
- "Nederlanders consumeren veel kaas."
- "Hier mag je geen eten consumeren."
Idiomen
- • Meer dan goed voor je is.
- • Eten, drinken en vrolijk zijn.
Vervoeging van consumeren
| Ik (nu) | consumeer |
| Hij/zij (nu) | consumeert |
| Wij (nu) | consumeren |
| Verleden tijd | consumeerde |
| Voltooid deelw. | geconsumeerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over consumeren
- Wat betekent consumeren?
- eten, drinken of gebruiken
- Op welk taalniveau hoort consumeren?
- Het woord consumeren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van consumeren?
- Synoniemen van consumeren zijn: nuttigen, eten, drinken.
- Hoe vervoeg je consumeren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je consumeren als volgt: ik consumeer, hij/zij consumeert, wij consumeren.
- Wat is de verleden tijd van consumeren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van consumeren is: consumeerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van consumeren?
- Het voltooid deelwoord van consumeren is: geconsumeerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij consumeren?
- Bij consumeren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij consumeren
drinken
werkwoord
Een vloeistof door de mond naar binnen brengen
hethapje
zelfstandig naamwoord
klein stukje eten dat wordt geserveerd bij een drankje
deamuse
zelfstandig naamwoord
klein gerechtje dat voor het voorgerecht wordt geserveerd al…
heteiwit
zelfstandig naamwoord
een essentieel voedingsstof opgebouwd uit aminozuren; ook: h…
deaal
zelfstandig naamwoord
een slangvormige vis die in zoet en zout water leeft
delamskoteletten
zelfstandig naamwoord
kleine koteletten van lamsvlees met bot
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje