Was dit nuttig?
decarpool
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
regeling waarbij meerdere mensen samen één auto delen voor het woon-werkverkeer
Voorbeeldzinnen met het woord carpool
- "Ze rijdt in carpool naar kantoor om kosten te besparen."
- "Via een carpoolapp vind je snel iemand om mee te rijden."
Veelgestelde vragen over carpool
- Wat betekent carpool?
- regeling waarbij meerdere mensen samen één auto delen voor het woon-werkverkeer
- Op welk taalniveau hoort carpool?
- Het woord carpool hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van carpool?
- Synoniemen van carpool zijn: meerijden, autodelen.
- Is carpool een de-woord of het-woord?
- Carpool is een de-woord: de carpool.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij carpool
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje