Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hetbruidspaar

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    de bruid en bruidegom samen

    Voorbeeldzinnen met het woord bruidspaar

    • "Het bruidspaar danste de openingsdans."
    • "Iedereen applaudisseerde voor het bruidspaar."

    Synoniemen van bruidspaar

    Veelgestelde vragen over bruidspaar

    Wat betekent bruidspaar?
    de bruid en bruidegom samen
    Op welk taalniveau hoort bruidspaar?
    Het woord bruidspaar hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van bruidspaar?
    Synoniemen van bruidspaar zijn: aanstaande echtelieden.
    Is bruidspaar een de-woord of het-woord?
    Bruidspaar is een het-woord: het bruidspaar.

    Delen

    Bladeren op letter