Was dit nuttig?
borstelen
werkwoord | Taalniveau: A1
iets of iemand schoonmaken of verzorgen met een borstel
Voorbeeldzinnen met het woord borstelen
- "Ze borstelt haar haar elke ochtend."
- "Hij borstelt zijn jas voordat hij naar buiten gaat."
Synoniemen van borstelen
Idiomen
- • het haar borstelen
- • de tanden borstelen
Vervoeging van borstelen
| Ik (nu) | ik borstel |
| Hij/zij (nu) | hij borstelt |
| Wij (nu) | wij borstelen |
| Verleden tijd | borstelde |
| Voltooid deelw. | geborsteld |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over borstelen
- Wat betekent borstelen?
- iets of iemand schoonmaken of verzorgen met een borstel
- Op welk taalniveau hoort borstelen?
- Het woord borstelen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van borstelen?
- Synoniemen van borstelen zijn: borstelend.
- Hoe vervoeg je borstelen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je borstelen als volgt: ik ik borstel, hij/zij hij borstelt, wij wij borstelen.
- Wat is de verleden tijd van borstelen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van borstelen is: borstelde.
- Wat is het voltooid deelwoord van borstelen?
- Het voltooid deelwoord van borstelen is: geborsteld.
- Gebruik je hebben of zijn bij borstelen?
- Bij borstelen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij borstelen
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders