Was dit nuttig?
debiefstuk
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
dik stuk rundvlees dat kort wordt gebakken
Voorbeeldzinnen met het woord biefstuk
- "Hij bakt de biefstuk medium rare in boter."
- "Een biefstuk is het meest mals als je het niet te lang bakt."
Veelgestelde vragen over biefstuk
- Wat betekent biefstuk?
- dik stuk rundvlees dat kort wordt gebakken
- Op welk taalniveau hoort biefstuk?
- Het woord biefstuk hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van biefstuk?
- Synoniemen van biefstuk zijn: steak, entrecote.
- Is biefstuk een de-woord of het-woord?
- Biefstuk is een de-woord: de biefstuk.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij biefstuk
hethapje
zelfstandig naamwoord
klein stukje eten dat wordt geserveerd bij een drankje
deamuse
zelfstandig naamwoord
klein gerechtje dat voor het voorgerecht wordt geserveerd al…
heteiwit
zelfstandig naamwoord
een essentieel voedingsstof opgebouwd uit aminozuren; ook: h…
deaal
zelfstandig naamwoord
een slangvormige vis die in zoet en zout water leeft
delamskoteletten
zelfstandig naamwoord
kleine koteletten van lamsvlees met bot
demargarine
zelfstandig naamwoord
plantaardig alternatief voor boter op brood of in de keuken
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje