Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    deband

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    groep muzikanten die samen muziek maken

    Voorbeeldzinnen met het woord band

    • "Ze speelt bas in een coverband."
    • "De band treedt op in kleine clubs in de buurt."

    Synoniemen van band

    Idiomen

    • • Band spelen
    • • Band opmaken
    2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    ringvormige strook rubber of kunststof om een wiel; luchtband van een fiets of auto

    Voorbeeldzinnen met het woord band

    • "De voorband van zijn fiets was lek, dus moest hij hem langs de kant plakken."
    • "Bij de garage liet hij nieuwe banden monteren voor de winter."

    Synoniemen van band

    Idiomen

    • • Band spelen
    • • Band opmaken
    3zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    strook van stof, leer of kunststof om iets te bevestigen, sluiten of dragen

    Voorbeeldzinnen met het woord band

    • "Ze droeg een brede leren band om haar middel bij de jurk."
    • "Het pakket was stevig omwikkeld met een plastic band."

    Synoniemen van band

    Idiomen

    • • Band spelen
    • • Band opmaken

    Veelgestelde vragen over band

    Wat betekent band?
    groep muzikanten die samen muziek maken
    Op welk taalniveau hoort band?
    Het woord band hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van band?
    Synoniemen van band zijn: muziekgroep, ensemble.
    Is band een de-woord of het-woord?
    Band is een de-woord: de band.

    Delen

    Bladeren op letter