deambassade
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
de officieel diplomatieke vertegenwoordiging van een land in een vreemd land
Voorbeeldzinnen met het woord ambassade
- "De ambassade verleende noodpaspoorten aan de gestrande toeristen."
- "De ambassade van Nederland in Tokio organiseert regelmatig culturele evenementen."
- "Burgers die in het buitenland in de problemen komen, kunnen terecht bij de ambassade."
- "De ambassade geldt juridisch als grondgebied van het vertegenwoordigde land."
- "Elke ambassade heeft een ambassadeur als hoogste diplomatieke vertegenwoordiger."
Synoniemen van ambassade
Waar komt het woord ambassade vandaan?
Ambassade stamt via het Frans ambassade uit het Italiaans ambasciata, van Oudfrans ambasse en Middeleeuws Latijn ambaxiata (boodschap, gezantschap). De uiteindelijke herkomst is het Proto-Germaans andbahti (dienst, ambacht). In de Middeleeuwen verwees ambassade naar de zending zelf; later naar de vaste diplomatieke vertegenwoordiging. Verwant met ambt.
Veelgestelde vragen over ambassade
- Wat betekent ambassade?
- de officieel diplomatieke vertegenwoordiging van een land in een vreemd land
- Op welk taalniveau hoort ambassade?
- Het woord ambassade hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van ambassade?
- Synoniemen van ambassade zijn: diplomatieke vertegenwoordiging, gezantschap.
- Is ambassade een de-woord of het-woord?
- Ambassade is een de-woord: de ambassade.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij ambassade
iemand die de Amerikaanse nationaliteit heeft of in de Veren…
De officiële verbinding van een persoon met een land, vastge…
inwoner of burger van Argentinie
land in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, bekend om de pira…
eilandenstaat in Zuidoost-Azie, het grootste archipel ter we…
Land in Noordwest-Europa; de thuisbasis van de Nederlandse t…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje